De Kleine lisdodde en ook de Grote lisdodde (Typha latifo1ia) zijn prachtige planten met een karakteristieke bloeiwijze, die tegenwoordig helaas steeds zeldzamer worden. Hier en daar komen ze nog wel voor in plassen, langs sloten, in moerassige gebieden en in rietvelden. De jonge scheuten en jonge bladeren kunnen rauw als salade of als gekookte groente worden gegeten. De vrouwelijke kolven zijn de bruine sigaren die voor decoratieve doeleinden erg gewild zijn. Vroeger werden ze gedroogd en als fakkels gebruikt. Het stuifmeel van de mannelijke bloemen, die aan de top zitten, kan als bindmiddel worden gebruikt. Uit de wortels werd vroeger zetmeel gewonnen. |