De 13e eeuwse Munsterkerk is het enige overblijfsel van een abdij voor Cisterciënzer nonnen, gesticht in 1218 door Graaf Gerard IV van Gelre. De graaf hoopte met de abdij een belangrijke impuls te leveren aan de culturele en economische ontwikkeling van de stad, zodat Roermond kon uitgroeien tot de hoofdplaats van Opper-Gelre. Ook hield hij er rekening mee dat hij en zijn vrouw in de abdijkerk begraven zouden worden. Hun indrukwekkende graftombe is tot op de dag van vandaag te bewonderen onder de vieringkoepel. Het rijke karakter van dit vorstelijk praalgraf staat in scherp contrast met de ingetogen soberheid van de beukgalerijen boven de zijbeuken. Hier waart nog de geest van de strenge Cisterciënzerinnen rond. De invloedrijke kloosterorde zwaaide bijna zo'n zes eeuwen lang in de Munsterabdij de scepter, om in 1798 ten onder te gaan aan de gevolgen van de Franse overheersing. |