Net als edelherten leven damherten in roedels, toch zijn het meer dagdieren. Hun vluchtafstand is iets korter en hun ogen zijn heel goed ontwikkeld. Hierdoor kijken zij bewust naar vreemde dingen, zij kunnen een stilstaand mens goed herkennen en staan ook bij het oversteken van wegen stil als zij een auto zien aankomen, hetgeen vaak fatale gevolgen heeft. Damherten zijn slim en nieuwsgierig. Ze hebben een duidelijke staart en kunnen met vier poten tegelijk weghuppen. Het gewei van een damhert heet schaufel en is plat als een schoffel (Schaufler=schoffel en duidt op de platte vorm van het gewei) Het damhertkalf zet in het voorjaar na de geboorte spitsen (damspitser) op (zonder rozenstokken). De volgende geweifase, knieper genaamd, heeft rozenstokken, oogtak, en middentak en meestal een vork als geweitop. Daarop volgt een begin van de verbreding van het gewei en ontstaat de schoffel, ook wel genoemd de schaufel (Duits), die vervolgens uitgroeit tot halfschaufel en volschaufel. |